Altijd Navragen, Niets Aannemen

Het is de gouden regel in neurodiverse relaties: ANNA, oftewel Altijd Navragen, Niets Aannemen. De regel is ook wel bekend als NIVEA: Niet Invullen Voor Een Ander.

De regel komt elke relatie ten goede, maar in neurodiverse relaties is de regel echt onmisbaar, voor beide partners. Waarom die regel zo onmisbaar is, en waarom het zo moeilijk is om je aan de regel te onthouden, is het onderwerp hier.

Misverstanden

In een neurodiverse relatie zijn ruzies vaak het gevolg van misverstanden.

Dat is logisch. Wie autistisch is, is ter wereld gekomen met hersenen die net iets anders werken dan de hersenen van de meeste kinderen. Daardoor heb je, als je autistisch bent, een eigen manier moeten zien te vinden, tijdens je ontwikkeling, om te functioneren in deze wereld die is ingericht voor neurotypici.

Hoe je denkt, hoe je voelt, hoe je functioneert, is dus behoorlijk anders dan de manier waarop neurotypici denken, voelen en functioneren. Ook twee mensen die autistisch zijn hebben vaak echt andere manieren gevonden.

Wanneer je in een relaties aannames maakt over wat de ander bedoelt, zit je dus in een neurotypische relatie heel vaak fout. Je baseert je op hoe je zelf in elkaar zit, maar daarin verschillen jullie.

Om misverstanden te voorkomen heb je dus die regel nodig: Niets Aannemen, Altijd Navragen.

Een voorbeeld

Laten we twee partners even A en B noemen (A is autistisch en B neurotypisch). B is verdrietig. Ze is moe. Ze loopt dagelijks langs bij de buurvrouw die ziek is, maakt daar een praatje en doet de afwas, op haar werk heeft ze te horen gekregen dat ze assertiever moet zijn en minder tijd voor mensen moet nemen, en haar moeder heeft, zoals zo vaak gebeurd, opgebeld met een lang klaagverhaal zonder ruimte voor haar om iets te zeggen. Ze is op de bank gaan zitten, kan geen stap meer zetten, en barst in huilen uit als A haar vraagt wat er aan de hand is. A loopt de kamer uit, gaat naar boven, achter zijn computer zitten.

B wordt daar radeloos van. Ze verlangt zo naar een arm om haar heen, naar een partner die begrijpt wat ze doormaakt. In plaats daarvan heeft ze een partner die niets met emoties te maken wil hebben en wegloopt zodra ze die toont.

B lijkt gelijk te hebben misschien. Toch is hier sprake van een misverstand.

De reden dat A naar zijn computer is gelopen is niet dat hij niets met emoties te maken wil hebben. Hij heeft de verwarring, het verdriet juist heel goed aangevoeld. Als hij zo in de war en uitgeput is, heeft hij rust nodig. Hij heeft het dan nodig om een poos alleen te zijn, om bij te komen. Hij geeft haar dat.

Daarmee voorkomt hij bovendien dat hij in die situatie precies het verkeerde zegt, wat al zo vaak is voorgekomen. Weggaan is de beste manier om haar te helpen, beseft hij. Omdat hij zich zo machteloos voelt gaat hij achter zijn computer zitten. Dat is de enige manier om zijn gedachten ergens anders op te richten.

Waarom is het zo moeilijk?

Aan het voorbeeld kun je zien hoe moeilijk het is om die regel toe te passen.

Voor B is het vanzelfsprekend dat je een arm om je partner heen slaat als die verdrietig is, dat je aanvoelt wat nodig is, dat je er bent, dat je je schouder aanbiedt om op uit te huilen.

Voor A is het vanzelfsprekend dat je een ander de rust gunt die je zelf zo nodig hebt wanneer je emoties door de war zijn, wanneer je het niet meer trekt. Voor A is het vanzelfsprekend dat je de ander niet lastig valt met vragen, met woorden, maar de ander in de gelegenheid laat om tot rust te komen.

Beiden komen niet op het idee dat ze een aanname doen over de ander. Voor beiden is het nou eenmaal zo dat mensen zo in elkaar zitten.

Vanzelfsprekendheden in twijfel trekken

Om de regel toe te passen moet je dus je vanzelfsprekendheden in twijfel trekken. Dat is lastig, juist omdat het vanzelfsprekendheden zijn.

Er zijn een aantal manieren om dat te doen.

Praten

In de eerste plaats kun je met elkaar praten, achteraf, over wat er gebeurde tijdens zo’n misverstand. Het is heel moeilijk om dat te doen zonder dat er verwijten doorklinken. Toch is dat de enige manier.

Als je voor elkaar kunt krijgen dat je er met nieuwsgierigheid over kunt praten, nieuwsgierigheid naar hoe de ander het beleefde, dan zal zo’n gesprek veel opleveren. Dan kun je er beiden achter komen hoe anders de ander in elkaar blijkt te zitten dan je dacht.

Oefenen

Een andere manier is om je in het algemeen te oefenen in het in twijfel trekken van je eigen vanzelfsprekendheden. In het verkeer bijvoorbeeld, wanneer je er van overtuigd bent dat een ander je expres dwars zit, of dat iemand die veel te hard rijdt een gevaarlijke idioot is.

Misschien probeerde degene die je dwars leek te zitten een ongeluk met een ander te voorkomen. Misschien is degene die zo hard rijdt op weg naar het ziekenhuis met een bevallende vrouw.

Die verklaringen zijn niet de meest waarschijnlijke, maar het zijn oefeningen om andere mogelijkheden te zien in plaats van vanzelfsprekendheden.

Gehecht aan emoties

Een andere oorzaak voor het feit dat het zo moeilijk is om de regel in twijfel te trekken is dat je gehecht bent aan je emoties. Dat klinkt misschien vreemd.

Wanneer je verdrietig en uitgeput bent, en je partner laat je in de steek, voor je gevoel, is het gemakkelijker om boos op je partner te zijn, om je verontwaardigd te voelen, of zielig, dan om te onderzoeken wat er allemaal aan de hand is, en te kijken wat je er aan kunt doen. Het is gemakkelijker om je door een ander slecht behandeld te voelen, dan om echt verdriet te voelen.

Tijdens zo’n misverstand raak je er, met andere woorden, soms aan gehecht dat je partner inderdaad de bedoelingen of de motivatie heeft die je hem of haar toedicht.

Bij de autistische partner is dat ook het geval. Wanneer het naar boven gaan mede is ingegeven door het idee dat het een te groot risico is om iets te doen of te zeggen, het idee `Ik doe het toch nooit goed’, dan kan A vreemd genoeg gehecht raken aan dat gevoel.

Dat gevoel is namelijk een combinatie van `Ik word onrechtvaardig behandeld’, en `Het is beter wanneer ik niets probeer’. Dat is een gemakkelijk gevoel. Je loopt geen risico (iets te doen dat precies verkeerd is), en tegelijkertijd zit jij goed en de ander fout.

Het is moeilijk om dit soort valkuilen van emoties in de gaten te krijgen. Dat lukt alleen achteraf. Maar het kan zeker helpen wanneer je achteraf bij jezelf probeert te analyseren of er zoiets aan de hand was.

Valkuil

Er is een valkuil, wanneer je in je relatie probeert de regel toe te passen. Het is een regel die je gemakkelijk tegen de ander kunt gaan gebruiken. Wanneer je merkt dat je partner iets wat jij doet of zegt onjuist interpreteert, roep je dan ANNA of NIVEA.

Dat voelt voor je partner als een verwijt, als een terechtwijzing. Probeer dat dus te vermijden.

Wanneer je het idee hebt dat je partner een aanname doet die onjuist is, pas dan zelf de regel toe, en vraag door. Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat je het idee hebt dat er een misverstand aan het ontstaan is.

Kortom, de gouden regel is veel moeilijker toe te passen dan op het eerste gezicht lijkt.

Maar het mooie is dat je, door steeds te proberen hem toe te passen, heel veel leert.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.