Impliciete verzoeken

Reclame: impliciet verzoek tot kopen

Communicatie is vaak lastig, in een neurodiverse relatie. Misverstanden komen in elke relatie voor, maar in een neurodiverse relatie waarschijnlijk toch wel wat vaker.

Wat helpt, om misverstanden te voorkomen, is om expliciet te communiceren, dat wil zeggen, zonder `verborgen’ boodschappen.

Impliciete verzoeken zijn een vorm van verborgen boodschappen. Hier een aantal stappen om verborgen verzoeken te herkennen, en explicieter te zijn.

Impliciete verzoeken

Vroeger, voor iedereen een mobiele telefoon had, kwam de volgende situatie nogal eens voor wanneer je iemand belde:

<kinderstem, aarzelend> Ja, met Sybille?
Dag Sybille, is je moeder thuis, of je vader?
Ja
<stilte>

Een klein meisje neemt de telefoon op. Je vraagt haar naar gaar vader of moeder, en ze beantwoordt keurig je vraag. Het duurt dan even voor je beseft dat je eigenlijk probeerde te vragen of ze haar moeder of vader dan even wilde roepen, om de telefoon over te nemen.

Je had een impliciet verzoek aan haar, en ze reageerde niet op dat impliciete verzoek, maar op je letterlijke woorden.

De grens tussen een impliciet verzoek en een expliciet verzoek is — helaas — vaag. Stel dat je, na de stilte, zou vragen:

Wil je je moeder of je vader dan even roepen?

Het meisje zou nog steeds met `Ja’ kunnen antwoorden, zonder iets te doen. In dat geval moet je haar echt bijna een commando geven:

Ga dan nu je moeder of vader halen.

Tussen de meeste volwassenen bestaat er een soort stilzwijgende overeenkomst dat de vraag `Wil je dan je moeder of vader even halen?’ een verzoek impliceert, en dat geldt ook voor de eerste vraag uit het telefoongesprek.

De reactie van het kind maakt duidelijk dat je echt moet leren wanneer woorden zo’n impliciet verzoek bevatten.

Misverstanden

Rond impliciete verzoeken kunnen allerlei misverstanden ontstaan. We noemen hier de personen even voor het gemak A en B.

A vraagt iets impliciet. B merkt dat niet op, en gaat alleen in op de letterlijke woorden (of negeert wat er wordt gezegd). A raakt geïrriteerd. Een voorbeeld:

A: <zucht> We hebben geen eieren in huis, en ik ben zo ongelofelijk moe!
B: Hoe kom je zo moe?
A: <denkt: hij doet ook nooit iets voor me!>

Een andere situatie: A zegt iets neutraals. B vat dat op als impliciet verzoek, en vindt het vervelend dat die vraag wordt gesteld. B raakt geïrriteerd. Een voorbeeld:

A: Goh, het wordt al donker.
B: Hè, je kan die gordijnen toch ook één keer eens zelf dichtdoen? Waarom moet ik altijd alles doen?

En nog een variant: A zegt iets neutraals. B vat dat op als impliciet verzoek en gaat er op in. A raakt geïrriteerd, omdat A helemaal geen verzoek heeft gedaan. Een voorbeeld:

A: Heb jij ook zo’n dorst?
B: <rent naar de keuken en komt terug met een glas water>
A: Hou toch eens op! Ik heb helemaal geen zin in water, en dacht je nou echt dat ik zelf geen glas water zou kunnen halen?

De oorzaak

De oorzaak is duidelijk: in alle gevallen vat de één iets op als een impliciet verzoek (soms degene die het verzoek doet, en soms de ander), terwijl de ander het als een mededeling opvat.

Mensen hebben daar verschillende stijlen in.

Cultuur in gezinnen

Zo kan het een soort gezinscultuur zijn dat je elkaar nooit expliciet iets vraagt, maar het altijd impliciet doet. Wanneer je in zo’n gezin bent opgegroeid, is de kans groot dat je op alle impliciete verzoeken reageert, en ook dat je iets als impliciet verzoek opvat terwijl het dat helemaal niet is.

In andere gezinnen gaat het er tegenovergesteld aan toe. Wanneer je niet expliciet iets vraagt, zal niemand reageren.

Autisme

Als je autistisch bent, kan dat ook invloed hebben op hoe je impliciete verzoeken opvat. Heel vaak komt het voor dat je nooit, of met heel veel moeite, leert om impliciete verzoeken te `horen’.

Soms is er ook het tegenovergestelde. Je leert op een gegeven moment dat mensen soms iets anders bedoelen dan ze precies zeggen, dat ze eigenlijk iets vragen terwijl het daar niet op lijkt, en vanaf dat moment ga je van vrijwel alles denken dat het eigenlijk een impliciet verzoek is.

In stappen naar heldere communicatie

Het is lastig om gewoontes te veranderen, en de manier waarop je omgaat met vragen, en ze impliciet stelt, of al snel iets wat gezegd wordt opvat als impliciet verzoek, is een gewoonte die je al op heel jonge leeftijd hebt eigen gemaakt.

Het duurt minstens een half jaar voor je een gewoonte echt (een beetje) veranderd hebt!

Wanneer je dat gaat proberen is het heel belangrijk om jezelf ondertussen niet kwalijk te nemen dat het je, in jouw ogen, zo slecht lukt. Het heeft tijd nodig.

Ook moet je jezelf niet kwalijk nemen dat je impliciete verzoeken doet, of er op reageert: in het gezin waarin je opgroeide was dat nodig; nu ben je in een situatie terechtgekomen waarin je het beter anders kunt doen; dat is alles.

We hebben een aantal stappen op een rijtje gezet:

1.- Impliciete verzoeken opmerken

Het doel is om uiteindelijk zelf verzoeken zoveel mogelijk expliciet te maken, en ook om zo weinig mogelijk te reageren op impliciete verzoeken. Daarmee wordt de communicatie helder. In een relatie waarbinnen een van beiden autistisch is, of beiden, kan dat veel misverstanden voorkomen.

Daarom ga je nu, een week lang, proberen op te merken wanneer iemand een impliciet verzoek doet. Merk ook op hoe je daarop reageert.

Je hoeft niets aan je reactie te veranderen.

Als je iemand bent die eigenlijk nooit een impliciet verzoek in iemands woorden hoort, dan hoef je eigenlijk niets te doen. Als je het leuk of interessant vindt, kun je natuurlijk proberen er achter te komen of je ze kunt leren `horen’. Probeer in dat geval zeker niets aan je gedrag te veranderen.

Bij wie?

De oefening is bedoeld om de communicatie met je partner `helderder’ te krijgen. In de eerste plaats luister je dus naar impliciete verzoeken van je partner, dat wil zeggen, impliciete verzoeken die je denkt te horen.

Maar je kunt deze week overal proberen op te merken of je de woorden van mensen interpreteert als een impliciet verzoek.

Wat signaleren?

Probeer niet alleen te signaleren dat je iets opvat als impliciet verzoek, maar probeer je er ook bewust van te worden hoe je reageert. Reageer je door direct op het verzoek in te gaan? Raak je geïrriteerd? Merk het op!

Verder naar: Reacties bedenken op impliciete verzoeken

2.- Reacties bedenken

In deze week ga je je reactie nog steeds niet veranderen. Je neemt nu de tijd om te bedenken hoe je zou kunnen reageren wanneer je niet op de impliciete vraag reageert, maar op de woorden zoals ze gesproken worden.

Je blijft dus signaleren wanneer je iets interpreteert als impliciete vraag. je blijft gewoon reageren zoals je altijd reageert, maar nu probeer je — achteraf — te bedenken hoe je zou kunnen reageren wanneer je alleen op de woorden reageert, en niet op de impliciete vraag.

Probeer je dus, elke keer dat je op een impliciete vraag hebt gereageerd, te bedenken: hoe kan ik deze woorden opvatten zonder dat er een vraag achter zit? Hoe zou ik daar op kunnen reageren?

Schrijf zo veel mogelijk op. Noteer dan steeds:

  • de woorden
  • de vraag die je er achter veronderstelt
  • je reactie
  • hoe je op diezelfde woorden zou kunnen reageren wanneer er geen vraag in besloten zou zitten.

3.- Niet ingaan op impliciete verzoeken

In deze week ga je proberen niet in te gaan op verborgen verzoeken.

Hoe?

Je hebt al opgeschreven hoe je in allerlei situaties kunt reageren alsof je geen verborgen verzoek hebt gehoord. Nu ga je, minstens een week lang, proberen op de woorden te reageren, in plaats van op de verborgen boodschap die je er achter vermoedt.

Als het je moeilijk valt (en dat is logisch wanneer je iemand bent die sterk geneigd is op verborgen verzoeken te reageren), kun je proberen in zo’n geval een vraag te stellen: `Bedoel je me iets te vragen, of begrijp ik dat verkeerd?’

Nog mooier is het, wanneer het je lukt om ook die vraag te vermijden, maar puur te reageren op de woorden die je hebt gehoord.

Voorbeelden

Bij de voorbeelden die we gegeven hebben, kun je je dan zoiets voorstellen:

A: Goh, het wordt al donker.
B: Ja, vind jij dat ook zo vervelend, dat het alweer zo snel donker wordt?
in plaats van:
B: Hè, je kan die gordijnen toch ook één keer eens zelf dichtdoen? Waarom moet ik altijd alles doen?

A: Heb jij ook zo’n dorst?
B: Nee, ik heb net een glas water gedronken, in de keuken.
in plaats van:
B: <rent naar de keuken en komt terug met een glas water>
A: Hou toch eens op! Ik heb helemaal geen zin in water, en dacht je nou echt dat ik zelf geen glas water zou kunnen halen?

Bij wie?

In de eerste plaats probeer je dit uit bij je partner. Het is ook handig om dat van te voren aan te kondigen.

Wanneer je hebt gemerkt dat je ook bij anderen heel gemakkelijk op verborgen verzoeken reageert kun je je testgebied uitbreiden.

Denk er daarbij aan dat het een grote verandering voor mensen kan zijn, wanneer je iemand bent die vrijwel altijd op verborgen verzoeken reageert. Hoe langer mensen je kennen (je ouders, je kinderen) hoe moeilijker het voor ze zal zijn wanneer je je gedrag verandert. Daarom is het ook zo aan te bevelen om bij je partner aan te kondigen wat je gaat proberen.

Probeer dat geleidelijk te doen: eerst bij je partner. Je kunt dan ook goed bij jezelf opmerken of het plezierig voor je is.

Resultaat

Het resultaat is dat je de verantwoordelijkheid om jou iets te vragen weer terug legt bij degene bij wie die verantwoordelijkheid hoort te liggen: bij de ander.

Dat kan opleveren dat er letterlijk een last van je schouders valt!

4.- Zelf geen impliciete verzoeken doen

Tot n u toe gingen we steeds van de situatie uit dat de ander een impliciet verzoek deed. Jij hebt jezelf proberen aan te leren dat te signaleren, en ook geprobeerd te vermijden om er op te reageren.

Nu wordt het tijd om te bekijken of je zelf ook impliciete verzoeken doet.

Signaleren

Je pakt dat op dezelfde manier aan: eerst neem je uitgebreid de tijd (dat wil zeggen, minstens een week) om te signaleren dat je eigenlijk wilt dat de ander iets voor je doet, maar dat niet expliciet zegt.

Schrijf zoveel mogelijk op wat je signaleert bij jezelf:

  • de woorden die je gebruikt
  • wat je eigenlijk bedoelt
  • of je partner reageert op je verzoek of alleen op je woorden
  • hoe je je daarbij voelt.

Denk er aan dat je jezelf vooral niet kwalijk neemt dat je dit doet!

Andere manier van vragen bedenken

Vervolgens neem je de tijd om te bedenken hoe je je vragen expliciet zou kunnen maken.

Je kunt dan ook de tijd nemen om te onderzoeken wat je daarbij in de weg zit.

  • Heb je, bijvoorbeeld, het idee dat een knuffel minder betekenis heeft wanneer je er om moet vragen? Besef dan, dat je er via een impliciet verzoek in feite ook om vraagt, alleen op zo’n manier dat niet iedereen begrijpt wat je precies vraagt!
  • Heb je er in het algemeen moeite mee om hulp te vragen? Besef dan dat de meeste mensen, en zeker je partner, het fijn vinden om je te helpen, maar dat ongevraagd helpen niet fijn is: je weet nooit of die hulp gewenst is. Het is daarom voor iedereen plezieriger als je leert om expliciet te maken wanneer je hulp nodig hebt.

En dan: expliciet maken

En dan wordt het tijd om te proberen je verzoeken niet meer impliciet te houden, maar expliciet te maken wat je precies wilt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.